Facebook is een lachspiegel

Tenzij je verdrietig bent natuurlijk zegt nieuw onderzoek

Hoe gelukkig zijn mensen nou echt op Facebook? Het lijkt er namelijk bijna altijd op dat iedereen overwegend blij, happy en cool is op dat medium. Als het mogelijk is om dit echt te meten dan kunnen er op basis daarvan allerlei nuttige dingen ontwikkeld worden zoals tools om automatisch de emotionele status en kwaliteit van leven te meten. En het voordeel is dat dit dan gemeten kan worden zonder “intrusieve methoden” volgens een nieuw onderzoek dat net verschenen is van Liu, Tov, Kosinski, Stillwell & Qiu. Uit hun onderzoek bleek dat je met behulp van de posts van mensen kunt voorspellen hoe gelukkig ze nou echt zijn. Maar dan overigens alleen als ze minder gelukkig waren.

Photocredit: Lars Plougmann for "Crowded mirror”, available via https://www.flickr.com/photos/criminalintent/238415918

Waarom het onderzoek?

Uit reeds bekend onderzoek kwamen gemixte signalen tevoorschijn of gedrag van mensen op social media nu echt informatie gaf over de mate waarin ze tevreden zijn met hun leven (subjective wellbeing). Dat laatste is een goede indicator voor o.a. professionals in de (geestelijke) gezondheidszorg voor onder meer de kans en mate waarin mensen erin slagen om een huwelijkspartner te vinden, in een relatie te blijven, een hoger inkomen te scoren en er een gezonde levensstijl erop na te houden. Om meer duidelijkheid te scheppen werd dus dit onderzoek gestart. Hierbij werd aangenomen dat er alleen een relatie tussen tevredenheid in het leven en FB berichten zou bestaan indien het om recente berichten ging en ook dat die relatie er alleen zou zijn voor negatieve berichten.

Er is namelijk al bekend dat het vooral mensen met iets meer extroverte en neurotische kenmerken zijn die geregeld tot veel posten op sociale netwerken en dat dit soort posts meestal bedoelt zijn om een positieve impressie van het leven (en dus) de persoon in kwestie te geven. Ergo, positieve posts hoeven geen relatie te hebben met hoe mensen zich echt voelen omdat zij veelal met impression management bezig zijn.

Hoe werd het onderzoek uitgevoerd?

Hiervoor keken de onderzoekers naar een heel jaar van berichten van een Facebook sample van 1124 deelnemers aan een eerder onderzoek uit het Mypersonality project dat eerder met Facebook is uitgevoerd. Dat project bevat meer dan 6 miljoen testresultaten van meer dan 4 miljoen Facebook gebruikers profielen. Hierover schreef ik al in een eerdere blogpost over computer algoritmes die jouw persoonlijkheid beter kunnen voorspellen dan je vrienden en familie. Binnen dit project hadden 99.408 deelnemers een “satisfaction with life” test ingevuld. Daarin staan de volgende vijf vragen 1.in most ways my life is close to my ideal, 2. The conditions of my life are excellent, 3. I am satisfied with my life, 4.So far I have gotten the important things I want inlife, en 5. If I could live my life over, I would change almost nothing.

Vervolgens werd met behulp van woord analyse software de woorden geanalyseerd. En werden de jaar aan berichten in 4 perioden verdeelt.

Wat kwam eruit?

Inderdaad bleken positieve emotie woorden twee keer meer voor te komen dan negatieve emotie woorden en bleek er inderdaad wel een relatie te bestaan tussen negatieve emotie woorden en de mate waarin mensen blij waren met hun leven maar niet met positieve emotie woorden. Facebook is dus eigenlijk een lachspiegel. Het laat inderdaad een vertekend beeld van de werkelijkheid zien die blijkbaar echter wordt als negatieve emoties een rol spelen. Dat gebeurt overigens veel minder dan als er positieve emoties gedeeld moeten worden. Dus laat je niet teveel beinvloeden door al die positieve berichten. Het gras bij de buren is veel minder groen dan je op basis van hun eigen berichten zou moeten geloven.

De onderzoekers constateren verder dat deze uitkomsten goed gebruikt kunnen worden. letterlijk zeggen ze:

“These findings provide important insights for optimizing tools to predict well-being accurately from social media. They open up the opportunity for health professionals to monitor users’ psychological states naturally and provide appropriate interventions if needed. Tools can be developed to identify factors and events that influence SWB on a large scale, and provide policy makers with concrete evidence so that they can effectively formulate policies and create activities to improve the well-being of citizens,” p. 377.

Fijn, denk je dan , dat daartoe bevoegde autoriteiten ons straks en masse kunnen gaan helpen als wij ons iets minder bien voelen en dat ook uiten. Echt! Maar als die “daartoe bevoegde autoriteiten” uit een gebied komen waar, hoe zullen wij het zeggen, een iets ander beeld bestaat over wat de rol van vadertje staat in de maatschappij hoort te zijn dan hier ten lande, dan kun je van deze wijze van toepassen van je persoonlijke informatie ook een ander gevoel krijgen. Dat komt dan aardig in de buurt van de mogelijkheid tot psychologische crowd control? Of wordt je daar ook gelukkiger van?

Referentie

Liu Pan, Tov William, Kosinski Michal, Stillwell David J., and Qiu Lin. Cyberpsychology, Behavior, and Social Networking. July 2015, 18(7): 373-379. doi:10.1089/cyber.2015.0022. (achter paywall officiele publicatie) of Gratis de review versie via een van de Auteurs http://ntu.edu.sg/home/linqiu/publications/FacebookandSWB.pdf

Youyou, W., Kosinski, M., & Stillwell, D. (2015). Computer-based personality judgments are more accurate than those made by humans. Proceedings of the National Academy of Sciences, 112(4),1036–1040.

Archive
Links
Featured Posts
Follow ComCom

© 2017 PhD Blog - Communicating Communication